Wie is je cliënt bij Wwft-advies via een andere advocaat?

Wanneer een advocaat vraagt om Wwft-advies ten behoeve van zijn eigen cliënt, ontstaat een klassieke vraag: op wie richt je het cliëntenonderzoek? Op de formele cliënt (de advocaat) of op de materiële cliënt (degene voor wie het advies uiteindelijk bedoeld is)? De praktijk laat drie scenario’s zien:

1. De doorverwijzing
De advocaat verwijst cliënt X door, maar de opdracht, declaraties en communicatie lopen rechtstreeks tussen mij en X. In dat geval is X de cliënt. Het cliëntenonderzoek richt zich uitsluitend op X.

2. De advocaat als formele opdrachtgever
De opdracht wordt gesloten met advocaat Y, declaraties gaan naar Y en het advies wordt aan Y verstrekt, terwijl Y het advies gebruikt voor cliënt X. Hier kwalificeren beiden als cliënt: Y (formeel) en X (materieel). Het cliëntenonderzoek moet dus op beide partijen worden uitgevoerd.
Is Y een Nederlandse of EU-advocaat? Dan mogen de resultaten van zijn cliëntenonderzoek naar X worden overgenomen (art. 5 lid 1 Wwft), maar de verantwoordelijkheid voor volledigheid blijft bij jou.

3. De tussenvorm
Wanneer elementen gemengd zijn (bijvoorbeeld communicatie via Y, maar opdracht op naam van X) moet je op basis van de omstandigheden vaststellen wie de cliënt is. Vaak ligt het voor de hand om X als cliënt aan te merken en Y als vertegenwoordiger. In dat geval moet Y worden geïdentificeerd en de vertegenwoordigingsbevoegdheid worden vastgesteld.

Belangrijk: leg in alle gevallen zorgvuldig vast wie als cliënt is aangemerkt en waarom. Een heldere dossieronderbouwing is essentieel.

Bron:
NOvA

Neem contact op
Terug

De totaaloplossing die helpt de

Wwft en Sanctiewet eenvoudig

te maken

Probeer Cotembo gratis uit